Voorbij

Het klinkt niet goed. De sportarts spreekt zacht, maar de boodschap is hard en de droom om de Marathon in New York dit jaar te lopen spat uit elkaar.

Een blessure aan de Achillespees zit de opbouw in de weg. Zit überhaupt lopen in de weg, want ook een rondje van een paar kilometer gaat niet. Een bobbel aan de pees. Een ontsteking zeggen sommigen, blessure noemen anderen het. Een klein stukje hardlopen doet al pijn en pas na een paar dagen is dat over. Het marathonschema volgen is onmogelijk en ‘New York’ dooft uit als het testbeeld op een oude tv.

Het is fout gegaan in de balans tussen draaglast en draagkracht, volgens de sportarts van Isala in Zwolle. Een dik uur zit en sta ik in de spreekkamer, vertel ik mijn verhaal, doe ik oefeningen en plukt en rekt ze aan mijn pezen. ‘’Je hebt gedaan wat je al jaren doet.’’ Draaglast noemt ze dat. ‘’Maar met alle respect, je bent ouder geworden, bijna zestig nu, en je draagkracht is achteruitgegaan.’’ En dat heeft mijn Achillespees me onbarmhartig laten weten.

Feitelijk sta ik op nul en mag ik van de sportarts alleen heel voorzichtig een heel klein beetje, heel langzaam hardlopen. Het is eigenlijk wandelen, maar het verschil tussen wandelen en hardlopen is dat je bij dat laatste een zweefmoment hebt waarbij beide voeten van de grond zijn. Zelfs dat wandelen met een zweefmoment geeft last aan mijn Achillespees…

Ik baal enorm. Eerst moet de blessure weg om te kunnen rennen en dan moet ik opbouwen van nul naar 42 kilometer. Onmogelijk in zo’n korte tijd. De artsen (huisarts en sportarts) waren ook al niet optimistisch. Een bittere pil. En ik weet wel dat er ergere zaken zijn, veel erger. En ik hoop vooral in de toekomst wel weer gewoon te kunnen rennen, ook al is het niet meer dan 5 kilometer. Maar deze teleurstelling moet eerst verwerkt worden voor ik weer nieuwe dromen droom…

33

Het lijkt een magisch getal: 33. In de voorbereiding voor een marathon is het een doel. Menig schema gaat tot 33 kilometer. Tot hier train je en tijdens de marathon loop je door op karakter. Uit ervaring weet ik dat je voor die resterende 9 nog heel wat karakter nodig hebt!

Maar 33. Ik heb het hele pleuriseind hardlopend gehaald. In principe ben ik bijna klaar voor de Marathon in New York. Veel te vroeg, dat wel. Ik moet nog 9 maanden wachten.

De 33 heb ik in een redelijk stabiel tempo gelopen. Dat geeft hoop. Tot de laatste kilometer wist ik mijn beoogde tempo bijna vast te houden. Uiteindelijk lag het gemiddelde 5 seconden onder mijn doeltempo. Daar kan ik mee leven.

Het was trouwens een fantastische loop. Kers op de taart: een koppel van elf reeën die in een weiland stond. Ik heb er een foto van gemaakt met mijn telefoon helemaal ingezoomd. Dat moet je niet willen en niet doen. Maar ik doe de foto er toch bij…

Stom

Dorst, dorst, dorst. De sloot langs het fietspad lonkt. De benen willen niet meer. Ik krijg nauwelijks nog mijn ene been voor de ander. Alles is op. Ik kan het niet ‘bijademen’. En ik heb honger, honger, honger…

Een kilometer of 23/24 ging het prima. Lekker tempo, fijn zonnetje en als cadeautje drie zwanen die heel laag recht over me heen vlogen. Ik hoorde de zware slag van de grote vleugels als wiew… wiew. En de lucht die ze verplaatsten voelde ik in mijn gezicht.

Opeens was het over. De hongerklop. De man met de hamer. Hij had zich verstopt achter wat struiken en deelde genadeloos zijn klap uit. Ik loop al een paar jaren, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Ik jog/wandel de laatste 4/5 kilometer naar huis. Het tempo is er wel uit. Onderweg heb ik visioenen van schalen met pannenkoeken (ik ruik ze zelfs!) en grote flessen AA-drink. Ik denk nog nauwelijks, kan alleen maar voelen. Ik merk dat ik wankel en slinger. Ik ga in de berm lopen, veilig ver van de drukke weg.

Thuis eet ik niet gewoon, maar val ik aan op een bak yoghurt met veel -heel veel- aardbeienjam en glazen drinken. Na een hete douche (en misschien wel de lekkerste douche ooit) ben ik bijgekomen en bedenk ik me op de bank dat het mijn eigen schuld is. Geen eten en drinken meegenomen en wel bijna 30 kilometer willen rennen. Stom…

Blij

Zo blij! Het gaat echt gebeuren. Ik heb een gegarandeerd startbewijs voor De Marathon van New York. En een vlucht en een hotel. De reacties op Twitter en Facebook logen er niet om. Duimen en felicitaties. En andere hardlopers die schreven: geniet! Ook van alle kilometers voorbereiding!

Je moet inderdaad wel een hardloper zijn om te snappen wat er leuk is de komende maanden aan die eindeloze tochten door wind, kou en regen. En straks door de tropische hitte en zon. Ik ga er van genieten. Alle kilometers in New York en ook alle kilometers tot New York!

En waarom New York zo speciaal is, werd mij ook gevraagd. Ja waarom? Je kunt overal een marathon lopen, maar New York is toch wel heel bijzonder. Het is duur en ver en daarom doe je dit misschien maar eens in je leven. En het is de grootste van de wereld, schat ik zo, met een miljoenen publiek. Wie ik ook spreek die ooit New York heeft gelopen, iedereen noemt dit de mooiste marathon die hij of zij ooit gedaan heeft.

In 2020 word ik 60. Een jubileum. Wat een mooi moment om die 42,195 km. te doen op een bijzondere plek. En dan te bedenken dat de Marathon van New York in 2020 de 50-ste editie beleeft…

Samen 110 🙂

25’er

Ik leer het ook nooit; rennen is gewoon te leuk. Ik wilde alleen een klein stukje rennen…

Ik hou ervan als ik een ‘rafeltje’ honger voel en een randje kou ervaar. Niet zo dat ik loop te bibberen, maar zo’n ‘net iets meer dan’ fris gevoel. En het is altijd lekker als de zon schijnt. Alles kwam vandaag samen.

Een kilometer of 10 à 12 dacht ik toen ik begon. Maar al lopende leek me de 10 mijl ook wel een mooi doel. En dat werd snel gevolgd door ‘ach dan kan ik ook wel een halve marathon lopen’.

En ja toen ik daar een keer was leek me een 25’er ook wel een uitdaging. Dus: voor het eerst sinds lange tijd heb ik weer de 25 km aangetikt.

Op naar #NYCMarathon2020.

#NY2020

Onderweg naar Nieuw Amsterdam. Dat klinkt. Mooie plaats aan de rand van Drenthe. Van Gogh heeft er nog geschilderd. En ik herinner me de heren Geerhard Gras en Harrie Popken van Radio Drenthe. Ze maakten het programma Op Pad. Ze wandelden wekelijks een rondje door een dorp en tekenden allerlei anekdotes op. De eerlijkheid gebied te vertellen dat ze de routes grotendeels in de auto volbrachten. Maar dat hebt u niet van mij 🙂

Op Pad naar Nieuw Amsterdam. Ik ga het ook doen. En dat wandelen gaat een paar tandjes hoger dan de enigszins corpulente Popken en zijn kompaan Gras. Het wordt rennen. En niet een stukje door het dorp, maar 42 kilometer en 195 meter door de plaats. En mijn Nieuw Amsterdam is niet dat dorpje aan de rand van Drenthe, maar dat andere ‘dorp’ dat tegenwoordig New York heet. De voorboeking is rond! Als er niets tussen komt ren ik op 1 november 2020 de Marathon in ‘The Big Apple’. YEAH!!!

Team

Er is lang getwijfeld. Het is ook nogal een onderneming. De Marathon van New York. Maanden rennen om je voor te bereiden, vrienden en kennissen soms teleurstellen omdat je even geen tijd hebt en het kost een bak geld. En dan moet je ook nog maar een startbewijs zien te krijgen. Het is de vijftigste editie in 2020 en het lijkt wel of de hele wereld daarbij wil zijn…

We hebben het er in huis meerdere keren overgehad. Iedereen vindt dat ik moet gaan. Maar eigenlijk had ik het idee al losgelaten. Want duur. Erg duur. Het geld kan ook zo goed anders worden besteed.

Maar dan blijkt dat je niet zo maar bij elkaar in huis woont, maar dat je als gezin ook een team bent. Mijn vrouw werd emotioneel toen ik vertelde af te zien van Marathon van New York. ‘Maar ik gun het je zo,’ zei ze. ‘Je hebt je het hele leven je het schompes gewerkt, gun het jezelf nou ook!’

We gingen nog een keer flink rekenen en uiteindelijk overtuigde ze me.

Alleen kom je er niet…

Dus: ik ga voor de inschrijving van de jubileumeditie van de Marathon van New York in het jaar dat ik 60 wordt. Ik ga rennen voor mijn droom. En ik draag mijn Marathon op aan team BOS-DRAGT!

Laat de inschrijving voor 1-11-2020 maar beginnen.

Timeless

Het is weer zo’n loopje. Op weg voor een kort rondje. Oortjes in en luisteren maar. Dit keer de playlist voor ons 25-jarig huwelijksfeestje. Muziek die langzaam de loop overneemt en de voeten afwisselend snel en rustig over de weg laat tikken. Mooi, emotioneel, vrolijk en droef. Alles zit er in. Ruim dertig jaar lief en leed…

Het korte rondje wordt dicht bij huis al wat langer. Een beetje een omweg om een saai lang stuk wat aantrekkelijker te maken. Scheelt maar twee keer 500 meter en een kilometer extra is niet erg met dit weer. Het is lekker; eerder warm dan koud, maar het waait aardig door. Al met al is het uiterst plezierig om te rennen. De muziek leidt af en de hartslag blijft wat hoger dan normaal voor de duurloop. Maar wat maakt het uit.

Van alles aan muziekstijlen komt voorbij en de benen hebben er zin in. Met een beetje lekkere muziek ben je afgeleid en loopt het lichter lijkt het wel. Nog maar een beetje verder omlopen dan maar. Zuidwolde is tenslotte ook mooi en rennen door de velden in dit jaargetijde zeker. Over een ATB-route een stukje over een zandweg, op weg naar bos, heuveltjes en dalen. Prachtig om te fietsen, maar zeker zo prettig om te rennen.

Het zand is mul; de dalen en heuveltjes steil en de hartslag laag houden is geen optie meer. Drinken, strekken, plassen en een foto maken.

Lekker langzaam op het fietspad. De trage hartslag komt weer in bereik. Het zonnetje knippert. Lichtvoetig uit de wind en met de bocht mee. Met meeslepende songs op weg naar het ecoduct over de N48.

Door en door gaat het. Nummer na nummer ritmisch vooruit. Soms snel, soms langzaam. Op het fietspad in het bos op weg terug knalt de house door de oortjes. Swingend verder en met een omweg langs het kanaal terug. Nog is het niet genoeg.

De laatste extra kilometers in Hoogeveen. Het tempo is snel. Tijd voor de eindeloze sprint met Timeless van Wildstylez (Radio Edit)…

Drinken, strekken, plassen en een foto maken.

Zweven…

Hardlopen is fijn, en soms is het nog fijner. Het was al dagenlang schraal, kurkdroog weer met een stevige oostenwind (kracht 5 of 6) en een fel brandende zon in een strakblauwe lucht. Prima weer, maar om te rennen…

Woensdag draaide de wind naar zuid. En hoewel het nog maar april was leek het wel op augustusweer. Het werd klam en broeierig. Zweterig voor lopers, zeg maar. Lekker weer, maar om te rennen…

’s Avonds sloeg het weer drastisch om. Donkere wolken vanuit het westen rolden over de provincie. Aan de hemel was het een en al weerlicht en bliksem. We stonden in het vrije veld naast de auto en het was adembenemend om te zien. Het gerommel en gedonder luidden slagregens in. Prachtig weer, maar om te rennen…

Donderdag zon en wat wolken en lekker fris. Prima weer om te rennen. De benen gaan bijna als vanzelf. Het tempo loopt op. Snelheid doet er niet meer toe. De voeten tikken aan de grond. Steeds lichter lijkt het en even lijk ik te zweven. Te zweven met mijn voeten aan de grond…

Bijzondere tijd

Het is weer die bijzondere tijd in Hoogeveen. Je voelt een lichte opwinding in de straten. Een prettige koorts. De Cascaderun komt er aan!

Het grootste hardloopevenement van Drenthe is inmiddels vaste prik op de kalender in april en je ziet vanaf januari meer en meer mensen op straat hun oefenrondjes lopen. De een rent lentefris als een hinde en de ander puft en zwoegt op zijn eerste 5 Engelse Mijlen.

Het is de tijd dat Hoogeveen langzaam ‘Cascaderun’-blauw kleurt, vlaggen vrolijk wapperen, iedereen elkaar vriendelijker dan ooit groet met het traditionele Hoogeveense ‘hoi’ en bijna alle automobilisten stoppen voor overstekende hardlopers, of ze nou voorrang hebben of niet.

En als het april is en de Cascaderun wordt gehouden is het meestal ook de eerste warme dag van het jaar. Duizenden renners, tienduizenden toeschouwers langs de kant, overal muziek en bandjes.

Alsof het echte begin van de lente uitbundig wordt gevierd. Een lentefeest met een rondje rennen, volle terrassen, hectoliters bier en dansen op straat.

Waar een klein stadje groot in kan zijn…

Hoogeveense Cascaderun. Bron: Hoogeveense Cascaderun